In 1999 werd de Nederlandse Rottweilerclub (NRC) geconfronteerd met het feit dat de toenmalige Minister van LNV voornemens was in het kader
van de RAD naast een fok- en houdverbod voor Pitbulls ook een fok- en houdverbod in te voeren voor o.a. de Rottweiler. Dit naar aanleiding
van een aantal ernstige bijtincidenten die vrij kort op elkaar plaatsvonden.
Het toenmalige bestuur van de NRC heeft daarop actie ondernomen en een plan van aanpak opgesteld waarin een viertal maatregelen werden gepresenteerd.
Het betrof de volgende maatregelen:
- Gedrag (verplicht testen van fokdieren (Rasstandaardtest, VZH-diploma)
- Socialisatie van de pups
- Bevorderen van de gezondheid (een gezonde geest in een gezond lichaam HD, ED)
- Terugdringen van de populatie (van ca. 3000 pups met stamboom naar ca 1000 pups met stamboom op jaarbasis)
Op 20 januari 2001 heeft het HB van de NRC een Plan van Aanpak aan de leden gepresenteerd. Dit heeft vervolgens geresulteerd in een uitgebreid
Fokreglement dat op de ALV van 15 juni 2001 door de leden van de NRC is aangenomen en daarop aansluitend door de ALV van de Raad van Beheer
(RvB), d.d. 23 juni 2001. Op basis van dit Plan van Aanpak (lees Fokreglement van de RvB en de N.R.C.) is door de RvB met de NRC een convenant
afgesloten waarin geregeld werd dat er alleen stambomen werden afgegeven voor pups gefokt volgens het Fokreglement van de RvB en NRC. Dit
gold voor alle fokkers van Rottweilers of ze wel of geen lid van de NRC waren.
Met ingang van 1 december 2007 werd het "convenant" tussen de RvB en de NRC eenzijdig en zonder enige vorm van overleg door de RvB
opgezegd, iets wat zowel bij het bestuur als de leden van de NRC op veel onbegrip stuitte. De motivatie van de RvB in deze was dat het
Fokreglement van de RvB en de NRC was gebaseerd op het in te voeren: "Centraal Fokbeleid". Het "Centraal fokbeleid" is
echter door de ALV van de RvB weggestemd.
Om toch te komen tot meer gecentraliseerde en geüniformeerde afspraken m.b.t. het fokken van rashonden heeft de RvB het BRS
(Basisreglement stambomen) ontwikkeld met daaraan gekoppeld het RFR (Rasspecifiek Fokreglement). Het BRS is inmiddels goedgekeurd
door de ALV van de RvB en per 1 juli 2008 van kracht geworden.
Met de eenzijdige opzegging van het convenant en de invoering van het BRS per 1 juli 2008 is aldus de RvB het vigerende Fokreglement
van de RvB en de NRC komen te vervallen en daarmee ook de koppeling van de afgifte van stambomen aan dat reglement. Per 1 juli 2008
komen alle Rottweilerpups waarvan de ouders voldoen aan het BRS en de verplichte MAG-test in aanmerking voor een stamboom, alle
andere regels met betrekking tot:
- gezondheid en
- socialisatie
zijn daarmee komen te vervallen. Alle inspanningen die de NRC zich de afgelopen 50 jaar getroost heeft om gezonde, sociale en stabiele
Rottweilers te fokken zijn hiermee teniet gedaan.
Doelstelling van dit Plan van Aanpak is: Terugdringing van ongewenste agressie bij Rottweilers.
Om dit te kunnen realiseren is het van belang dat er een aantal uitgangspunten worden geformuleerd op basis waarvan dit Plan van Aanpak
nader kan worden uitgewerkt.
Om ongewenste agressie bij Rottweilers te voorkomen dienen er een aantal eisen te worden gesteld aan het fokken van Rottweilers,
deze eisen zijn:
- Er mag alleen gefokt worden met sociale en stabiele Rottweilers
- er mag alleen gefokt worden met gezonde rottweilers
- De fokker van de pups dient zorg te dragen voor een goede en voldoende socialisatie van de pups
De NRC heeft door de geschiedenis heen strenge eisen gesteld aan het fokken van Rottweilers. Deze eisen golden echter alleen
voor leden van de NRC en niet voor NIET-leden. De door de Algemene Ledenvergadering voorgestelde maatregelen zijn gebaseerd
op het Fokreglement van de NRC van voor 2001 en de ervaringen die de NRC daarmee heeft opgedaan. De leden van de NRC willen,
de hiervoor genoemde doelstelling: Het voorkomen van ongewenste agressie bij Rottweilers, realiseren door het invoeren van
de volgende maatregelen voor de leden van de NRC
- Karaktereisen: Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven,
of wanneer de rasstandaard geen (actuele) beschrijving van het karakter bevat, zoals redelijkerwijs van het betreffende
ras mag worden verwacht. Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.
- Verplichte gedragstest: Beide ouderdieren moeten vóór de eerste dekking met goed gevolg één van de hierna genoemde
door de NRC en de Raad van Beheer erkende testen hebben afgelegd.
- Rasstandaardtest (RST) van de NRC of
- VZH examen
Als een buitenlandse reu wordt gebruikt, gelden de regels zoals deze door de rasvereniging in overleg met de Raad van Beheer
zijn vastgesteld en in protocollen zijn vastgelegd.
Indien een hond voor de RST, of het VZH examen wordt afgewezen, mag deze betreffende test of examen nog éénmaal herhalen.
Dit is de enige manier om alsnog toegelaten te worden tot de fok.
Daarnaast pleiten de leden van de NRC er voor om ook eisen aan de gezondheid van de fokdieren te stellen. Zij zijn van mening dat
gedrag en gezondheid samen gaan. Voorgesteld wordt om onderstaande eisen verplicht te stellen:
- Gezondheidsonderzoek ouderdieren: Gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen
aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde
onderzoeksprotocollen.
- Herbeoordeling en/of heroverweging:Als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek,
kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol
om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging
bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.
- Verplichte onderzoeken: Beide ouderdieren dienen over een goede gezondheid te beschikken, zowel lichamelijk als mentaal.
- Gezondheidsonderzoek:Beide ouderdieren dienen vóór de dekking te zijn onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie.
De uitslag van dit onderzoek dient ten tijde van de dekking bekend te zijn. De uitslag van dit onderzoek wordt alleen erkend
indien de desbetreffende hond ten tijde van het onderzoek tenminste 15 maanden oud is. Dit onderzoek dient te zijn verricht
door een door de Raad daartoe aangewezen instantie of dierenarts of, voor in het buitenland geregistreerde honden, een door
de FCI erkende instantie of dierenarts. Er mag alleen gefokt worden met honden die beoordeeld zijn met HD A of B. Met
ingang van 1 januari 2006 moeten ook de grootouders HD A of B zijn en de overgrootouders HD A, B of C. Honden die op 1
januari 2006 reeds een foktoelating hebben, blijven toegelaten tot de fok. Ook voor nakomelingen van reeds toegelaten
honden hebben de regels die per 1 januari 2006 in gegaan zijn geen gevolgen.
- Epilepsie: Ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.
Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Rasvereniging op 20 november 2009.
Namens deze,
Naam: L. C .A . Quartel Naam: H.J.Harmsma Voorzitter Secretaris