|
REGLEMENTEN NEDERLANDSE ROTTWEILERCLUB
Statuten
Huishoudelijk reglement
Fokcommissie reglement
Werkhondencommissie reglement
Pakwerkersreglement
Werkgroepenreglement
Africhtinginsigne reglement
Rasspecifiek Fokreglement
STATUTEN NEDERLANDSE ROTTWEILERCLUB
Artikel 1. Naam, vestigingsplaats en duur
1. De vereniging draagt de naam Nederlandse Rottweiler Club.
2. Zij is gevestigd te Amersfoort.
3. De vereniging is voor onbepaalde tijd aangegaan. Zij is opgericht op
drieëntwintig februari negentienhonderdentweeënvijftig (23-2-1952)
4. Zij is in het jaar 2000 als lid toegetreden tot de
Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, hierna te noemen ‘Raad van Beheer’.
Artikel 2. Doel en middelen
1. De vereniging heeft ten doel:
- De instandhouding en verbetering van het ras Rottweiler;
- de bevordering van de gezondheid en het welzijn van de tot dit ras behorende honden in het algemeen en het voorkomen en bestrijden van erfelijke gebreken binnen dit ras in het bijzonder;
- Het bevorderen van het contact tussen fokkers en liefhebbers van Rottweilers.
2. Zij tracht dit doel te bereiken door:
- Het houden van vergaderingen en het organiseren van lezingen en cursussen;
- Het organiseren van cursussen, examens en wedstrijden op het gebied van het werken met honden;
- Het organiseren van exposities;
- Het geven van voorlichting over de aankoop, het houden, fokken en opvoeden van Rottweilers;
- Het opstellen van plannen ter bestrijding van erfelijke gebreken binnen het ras en het treffen van maatregelen ter uitvoering van die plannen;
- Het bijhouden van een register van raszuivere Rottweilers;
- Het registreren van uitslagen van onderzoeken van tot het Rottweilerras behorende honden betreffende de aanwezigheid van erfelijk bepaalde afwijkingen alsmede van de mogelijkheid van het doorgeven van de aanleg daarvoor aan nakomelingen, een en ander met het doel, ten behoeve van een verantwoorde fokkerij van Rottweilers gegevens uit deze registratie aan derden te verstrekken en te publiceren;
- Het uitgeven van een clubblad of een periodiek;
- Het deelnemen aan het overleg binnen de georganiseerde kynologie;
- Al hetgeen verder aan het doel dienstbaar kan zijn, een en ander voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met de statuten, reglementen en wettige besluiten van de Raad van Beheer.
Artikel 3. Verhouding tot de vereniging Raad van Beheer
- De vereniging ontleent haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van Beheer.
- De vereniging aanvaardt zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.
- De leden van de vereniging zijn jegens de vereniging tot hetzelfde gehouden als waartoe de vereniging vanwege haar lidmaatschap jegens de Raad van Beheer zal zijn gehouden op grond van de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van Beheer wettig genomen besluiten.
- De vereniging is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen van de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de vereniging jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen die de leden van de vereniging rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben in de zin van artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 4. Verenigingsjaar
- Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.
Artikel 5. Leden
- De leden van de vereniging worden onderscheiden in gewone leden en buitengewone leden.
- Gewone leden hebben alle rechten en plichten die de wet en deze statuten aan leden toekennen onderscheidenlijk opleggen. Buitengewone leden hebben deze rechten en plichten slechts voor zover deze statuten niet anders bepalen.
Artikel 6. Gewone leden
- De gewone leden van de vereniging worden onderscheiden in:
algemene leden;
ereleden.
- Algemene leden zijn de natuurlijke personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.
- Ereleden zijn de natuurlijke personen die zich voor de vereniging buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en om die reden als zodanig zijn benoemd.
Artikel 7. Buitengewone leden
- De buitengewone leden van de vereniging worden onderscheiden in:
Gezinsleden
Jeugdleden.
- Gezinsleden zijn zij die met een lid zijn getrouwd of daarmee duurzaam samenleven en die als zodanig zijn toegelaten.
- Jeugdleden zijn de natuurlijke personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.
Artikel 8. Ereleden
- Ereleden worden door de Algemene Vergadering op voorstel van het bestuur of op schriftelijk voorstel van ten minste tien stemgerechtigde leden benoemd met een meerderheid van ten minste twee / derde van de uitgebrachte stemmen. Zij betalen geen contributie.
- Indien een algemeen lid, gezinslid of jeugdlid tot erelid wordt benoemd, houdt hij met ingang van de dag volgende op de aanvaarding van zijn benoeming op algemeen lid, gezinslid of jeugdlid te zijn.
Artikel 9. Gezinsleden
- Gezinsleden ontvangen geen clubblad en betalen een verminderde contributie.
- Een gezinslid wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar waarin zijn of haar partner ophoudt lid te zijn. Indien de relatie met deze partner wordt ontbonden, kan het bestuur al dan niet op verzoek het gezinslidmaatschap omzetten in een algemeen lidmaatschap.
Artikel 10. Jeugdleden
- Jeugdleden kunnen slechts worden toegelaten met schriftelijke toestemming van een ouder of voogd.
- Jeugdleden hebben geen stemrecht en kunnen niet tot bestuurslid worden benoemd. Zij betalen een verminderde contributie.
- Een jeugdlid wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar waarin hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
Artikel 11. Toelating van leden
- Het bestuur beslist over de toelating van algemene leden, gezinsleden en jeugdleden nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.
- Zij aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd kunnen als lid worden geweigerd.
- Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden vóór het houden van een Algemene Vergadering wordt ontvangen.
- Indien de toelating door het bestuur wordt geweigerd, staat daartegen binnen een maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de Algemene Vergadering open. De Algemene Vergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten.
Artikel 12. Aanvang van het lidmaatschap
- Het lidmaatschap van algemene leden, gezinsleden en jeugdleden vangt, onverminderd het bepaalde in artikel 9, tweede lid, en artikel 10 derde lid, aan met de dag volgende op hun toelating.
- Het lidmaatschap van ereleden vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding van hun benoeming.
Artikel 13. Einde van het lidmaatschap
Het lidmaatschap eindigt:
- Door de dood van het lid;
- Door opzegging door het lid;
- Door opzegging door de vereniging;
- Door ontzetting.
Artikel 14. Opzegging door het lid
- Opzegging door het lid geschiedt schriftelijk aan het bestuur.
- Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 4, met ingang van de dag die daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging plaatsvindt.
- Indien het lidmaatschap niet is opgezegd voor 1 december van enig jaar is de contributie voor het volgend jaar te voldoen en wordt de opzegging beschouwd als voor het daarop volgend jaar.
Artikel 15. Opzegging door de vereniging
Opzegging door de vereniging is slechts mogelijk indien:
- Het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt;
- Aan het lid door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd;
- Om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
- De opzegging geschiedt door het bestuur.
- In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a, wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
- Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande beroepsmogelijkheid.
- Tegen het besluit tot opzegging staat binnen een maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde mededeling beroep op de Algemene Vergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de Algemene Vergadering waarin het beroep wordt behandeld, is bevoegd om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn en daarover het woord te voeren, doch heeft geen stemrecht.
- Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 4, met ingang van de dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep indien het lid aanwezig is in de vergadering waarin dit besluit wordt genomen, en anders met ingang van de dag volgende op die, waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is ontvangen.
- Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de Algemene Vergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de Algemene Vergadering.
Artikel 16. Ontzetting
Ontzetting is slechts mogelijk indien:
- Het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;
- Het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
- De ontzetting geschiedt door het bestuur.
- Artikel 15, lid 4 tot en met 7 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17. Overige sancties
Onverminderd het bepaalde in artikel 15, vijfde lid en artikel 16, derde lid kan een lid door het bestuur voor de duur van maximaal één jaar worden geschorst, indien het lid heeft gehandeld in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging dan wel de vereniging op onredelijke wijze heeft benadeeld.
Artikel 15, lid 5 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18. Organen De vereniging kent:
- Een bestuur;
- Een Algemene Vergadering;
- Een kascommissie;
- Werkgroepen.
Artikel 19. Samenstelling bestuur
- De Algemene Vergadering besluit, of het bestuur uit vijf, zeven of negen leden zal bestaan. De bestuursleden worden door de Algemene Vergadering uit de algemene leden, de ereleden en de gezinsleden benoemd. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat de voorzitter buiten de leden kan worden benoemd.
- Degene aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie de straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd, is gedurende de duur van deze diskwalificatie niet tot lid van het bestuur benoembaar. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat leden, die door voornoemd college zijn veroordeeld waarbij een andere straf is opgelegd dan diskwalificatie van zijn persoon, niet benoembaar zijn tot lid van het bestuur. Daarbij dient te worden aangegeven in welke gevallen, in casu bij welke opgelegde straffen alsmede die verjaringstermijnen daarop van toepassing zijn, betrokkenen niet als bestuurslid kunnen worden benoemd
- De voorzitter, de secretaris en de penningmeester kunnen als zodanig in functie worden benoemd.
Artikel 20. Voordrachten
- De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer niet bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in het zesde lid.
- Iedere voordracht heeft op één bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van degene, door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere voordracht vermeldt voorts de naam van ten minste één kandidaat.
- Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als tien stemgerechtigde leden bevoegd.
- Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht van tien of meer stemgerechtigde leden moet ten minste één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
- Is er voor een bepaalde vacature meer dan één voordracht, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
- Is er voor een bepaalde vacature geen voordracht opgemaakt, dan is de Algemene Vergadering voor de vervulling van die vacature vrij in haar keus.
Artikel 21. Einde bestuurslidmaatschap
1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
- Door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
- Door periodieke aftreding;
- Door bedanken;
- Door ontslag;
- Door oplegging van een straf door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie.
2. Het bestuurslidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in het eerste lid onder b, aan het einde van de in artikel 22, eerste lid, bedoelde Algemene Vergadering. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c, eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankende bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met onmiddellijke ingang.
Artikel 22. Periodieke aftreding
- Ieder jaar treden op de jaarlijkse Algemene Vergadering de bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken en zo nodig te wijzigen rooster.
- Dit rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:
- Ieder bestuurslid uiterlijk vier jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar wordt verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse Algemene Vergaderingen;
- De voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie gelijktijdig aftreden;
- Zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.
3. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd.
Artikel 23. Schorsing en ontslag
- Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst.
- Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
Artikel 24. Vervulling tussentijdse vacatures
- Indien in het bestuur één of meer vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.
- Het bestuur is verplicht, de vervulling van de open plaats of de open plaatsen voor de eerstvolgende Algemene Vergadering te agenderen. Zodra echter het aantal zitting hebbende bestuursleden minder bedraagt dan het aantal vacatures, is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering ter voorziening in die vacatures te beleggen.
Artikel 25. Bestuursfuncties
- De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester zijn onverenigbaar.
- Het bestuur voorziet in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing.
Art. 26. Bestuurstaak en bevoegdheden; verantwoordelijkheid van bestuurders
- Behoudens de beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de Algemene Vergadering in de begroting of op andere wijze worden gegeven.
- Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaren van registergoederen.
- Ieder lid van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
Artikel 27. Besluitvorming bestuur
- Alle besluiten worden door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag, tenzij het bestuur besluit de zaak tot de volgende vergadering aan te houden.
- Om te kunnen besluiten moet ten minste de helft van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.
- In afwijking van hetgeen de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming en de inhoud van een genomen besluit niet beslissend.
Artikel 28. Mandatering en delegatie van bestuurstaken en -bevoegdheden
- Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen en aanwijzingen geven.
- Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan een door het bestuur ingestelde commissie. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.
- De richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met deze statuten of met een reglement als bedoeld in artikel 44.
- Bij mandatering aan één of meer bestuursleden wordt steeds in de eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van hetgeen is verricht.
Artikel 29. Vertegenwoordiging
1. De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen, komt toe aan:
- Het bestuur;
- De voorzitter en de secretaris, gezamenlijk handelend;
- De voorzitter en de penningmeester, gezamenlijk handelend;
- De secretaris en de penningmeester, gezamenlijk handelend.
2. Bij verhindering of ontstentenis van een in het eerste lid genoemde functionaris kan deze ten behoeve van de daar bedoelde
vertegenwoordiging niet vervangen worden door een op grond van artikel 25 aangewezen vervanger.
Artikel 30. Geldmiddelen De inkomsten van de vereniging bestaan uit:
- Contributies;
- Cursusgelden;
- Inschrijf - en entreegelden voor evenementen;
- Schenkingen, legaten en erfstellingen;
- Overige baten.
Artikel 31. Contributie
- De leden, met uitzondering van de ereleden, zijn aan de vereniging een jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de Algemene Vergadering wordt vastgesteld.
- Het bedrag van de contributie van gezinsleden en jeugdleden wordt bepaald op een gedeelte van de contributie van algemene leden. Dit gedeelte kan voor elk van de genoemde categorieën verschillend zijn.
- Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de Algemene Vergadering worden gewijzigd. Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld.
- Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het gehele jaar verschuldigd.
- Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een bepaalde termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.
Artikel 32. Begroting
- Het bestuur legt jaarlijks aan de Algemene Vergadering een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven ter vaststelling voor, op een zodanig tijdstip, dat deze begroting behandeld kan worden vóór de aanvang van het betreffende verenigingsjaar of uiterlijk op de in dat jaar te houden jaarlijkse Algemene Vergadering.
- De ontwerpbegroting wordt aan de stemgerechtigde leden en de jeugdleden ten minste drie weken vóór de Algemene Vergadering toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad.
- Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen als daardoor de begrotingspost ten laste waarvan de betreffende uitgaven moeten worden gebracht, met meer dan tien procent zou worden overschreden of het totale financiële resultaat van het betreffende verenigingsjaar daardoor ongunstiger zou worden dan in de begroting werd voorzien.
- Indien evenwel de begroting niet wordt vastgesteld vóór de aanvang van het betreffende verenigingsjaar, dan is het bestuur gedurende iedere maand die geheel of gedeeltelijk aan die vaststelling voorafgaat, bevoegd tot het aangaan van verplichtingen tot ten hoogste één / twaalfde gedeelte van de betreffende post van de ontwerpbegroting.
Artikel 33. jaarverslag
- Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
- Het jaarverslag wordt door alle leden van het bestuur ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
- Artikel 32, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34. Boekhouding
Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
Het bestuur bewaart de in het eerste lid bedoelde bescheiden, gedurende tien jaren.
Artikel 35. Rekening en verantwoording
- Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van de baten en de lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering over op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
- Artikel 32, tweede lid, en artikel 33, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
- Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de Algemene Vergadering strekt het bestuur tot décharge voor al hetgeen daaruit blijkt.
- Artikel 34, tweede lid, is van toepassing.
Artikel 36. Kascommissie
- De Algemene Vergadering kan jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een kascommissie van ten minste twee leden benoemen. Tegelijkertijd worden zo mogelijk ten minste twee plaatsvervangende leden benoemd, die de leden bij ontstentenis vervangen. De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel van het bestuur uitmaken. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, tenzij zij reeds vier jaar zitting hebben.
- De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de Algemene Vergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar bevindingen uit.
- Het bestuur stelt de kascommissie in staat, haar onderzoek tijdig voor de jaarlijkse Algemene Vergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
- Indien het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis vereist, dan kan de commissie zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.
- De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met de benoeming van andere leden.
Artikel 37. De Algemene Vergadering
- Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
- Jaarlijks wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk zes maanden na afloop van het voorafgaande verenigingsjaar, een algemene vergadering gehouden. In deze jaarlijkse algemene vergadering komen in ieder geval aan de orde:
Het jaarverslag, bedoeld in artikel 33;
- De balans en de staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 35;
- Het verslag van de kascommissie, bedoeld in artikel 36;
- De benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de balans en de staat van baten en lasten over het lopende verenigingsjaar;
- De begroting, bedoeld in artikel 32, tenzij deze al is vastgesteld;
- -
- De voorziening in bestuursvacatures.
3. Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dat wenselijk vindt of ten minste tien stemgerechtigde leden dan wel,
indien dat minder is, ten minste een tiende deel der stemgerechtigde leden dat verzoeken. Bij het verzoek worden de te behandelen onderwerpen,
die op de agenda moeten worden vermeld, duidelijk aangegeven.
4. Schriftelijke voorstellen aan de Algemene Vergadering van ten minste zoveel stemgerechtigde leden als in het vorige lid worden bedoeld,
worden op de agenda van de eerstvolgende Algemene Vergadering vermeld indien zij ten minste zes weken vóór die
Algemene Vergadering bij het bestuur zijn ingediend. Zij worden met een preadvies van het bestuur ten minste
drie weken vóór de Algemene Vergadering aan de leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad.
Artikel 38. Bijeenroeping
- De Algemene Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur.
- De leden worden, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, ten minste drie weken tevoren opgeroepen door toezending van een agenda, die desgewenst in het clubblad kan worden opgenomen.
- De agenda vermeldt plaats, datum en aanvangstijdstip van de vergadering, alsmede de te behandelen agendapunten.
- Indien ingevolge artikel 37, vierde lid, op verzoek van een aantal leden een Algemene Vergadering moet worden gehouden, is het bestuur verplicht die vergadering uit te schrijven binnen twee weken na ontvangst van het verzoek en op een termijn van niet langer dan zes weken na indiening van het verzoek. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan, hetzij overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, hetzij door middel van een advertentie in ten minste één landelijk veel gelezen dagblad.
Artikel 39. Toegang en stemrecht
- Alle leden, met uitzondering van geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 15, vijfde, artikel 16, derde en artikel 17, hebben toegang tot de algemene vergadering en stemrecht. Jeugdleden en geschorste leden hebben echter geen stemrecht. Indien de voorzitter buiten de leden is benoemd, heeft deze wel toegang tot de Algemene Vergadering, maar geen stemrecht.
- Over toelating van andere dan de in het eerste lid bedoelde personen beslist het bestuur.
- Een lid kan niet iemand anders machtigen, het stemrecht namens hem uit te oefenen.
- Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, voorstellen doen en amendementen indienen, behoudens de beperkingen die bij huishoudelijk reglement aan de uitoefening van deze rechten worden gesteld.
Artikel 40. Voorzitterschap en notulering
- De Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger. Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.
- Van het verhandelde in een Algemene Vergadering wordt door de secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen opgemaakt. Is de secretaris afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan wijst de voorzitter een notulist aan.
- Bij toepassing van artikel 38, vierde lid laatste volzin, kunnen de verzoekers anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen.
- De ontwerpnotulen worden, door publicatie in het clubblad of op andere wijze, zo spoedig mogelijk ter kennis van de stemgerechtigde leden en de jeugdleden gebracht. Zij worden in de eerstvolgende Algemene Vergadering, eventueel gewijzigd, vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De eventueel door de Algemene Vergadering aangebrachte wijzigingen worden tevens opgenomen in de notulen van de vergadering waarin tot deze wijzigingen werd besloten.
Artikel 41. Besluitvorming
- Voor zover de wet of de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten van de Algemene Vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht, maar tellen wel mee voor het quorum.
- Alle stemmingen over de aanwijzing of benoeming van personen geschieden schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of ten minste vijf stemgerechtigde leden dat vóór de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met ongetekende briefjes.
- Indien niemand stemming verlangt wordt het besluit bij acclamatie genomen.
- Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, dan kan de voorzitter besluiten tot stemming bij handopsteken, tenzij één der stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.
- Indien schriftelijke stemmingen over verschillende aanwijzingen, benoemingen of zaken moeten plaatsvinden, dan kunnen deze stemmingen gecombineerd worden mits de stembriefjes zodanig zijn ingericht, dat verwarring redelijkerwijs niet mogelijk is. Evenwel moeten afzonderlijke stemmingen worden gehouden indien ten minste vijf stemgerechtigde leden dat verlangen.
- Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de benoeming of aanwijzing van personen, dan is het voorstel verworpen.
Artikel 42. Stemmingen over personen
- Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming plaats, tenzij tussen twee personen is gestemd.
- Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan, vinden herstemmingen plaats totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
- Bij de in het tweede lid bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming kon worden gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij die voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
- Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.
Artikel 43. Vaststelling besluitvorming
- Het in de Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
- Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Artikel 44. Reglementen
- De Algemene Vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met en niet mogen afwijken van de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, of van deze statuten.
- Indien de reglementen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland verlangen dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt onderworpen, dan treedt het niet in werking alvorens die goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat reglement.
- De Algemene Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de Algemene Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd met een reglement.
Artikel 45. Werkgroepen
Leden van de N.R.C. kunnen zich plaatselijk of regionaal verenigen in werkgroepen, met toestemming van het hoofdbestuur.
Zij zijn verplicht het door de vereniging voorgeschreven werkgroepenreglement uit te voeren.
1. De werkgroepen hebben als doelstelling:
- Het beoefenen van de africhtingsport;
- Het beoefenen van het programma "verdedigingssport" en het programma "gedrag en gehoorzaamheid";
- Het doen houden van examens ter verkrijging van het certificaat verdedigingshond en speurhond, alsmede de diploma’s gedrag en gehoorzaamheid en uithoudingsvermogen;
- Het organiseren van africhtingwedstrijden.
2. Zij hebben als werkgroep in de vereniging geen inbreng van stemrecht of dergelijke.
3. De leden van de werkgroep moeten lid zijn van de vereniging.
4. Zij zijn verplicht jaarlijks in de maand januari hun ledenlijst op te sturen naar het secretariaat.
5. Zij hebben als werkgroep geen enkele aanspraak op gelden of revenuen.
Artikel 46. Aansprakelijkheid De vereniging is tegenover haar leden niet aansprakelijk voor enige schade,
ontstaan tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten, cursussen of evenementen, van welke aard ook,
en evenmin voor enige schade ten gevolge van door de vereniging verleende adviezen of door welke andere oorzaak dan ook.
Artikel 47. Statutenwijziging
Deze statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering.
Een afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt ten minste vijf dagen voor de vergadering door hen die de oproeping tot de vergadering hebben gedaan, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage gelegd tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. De leden worden van deze terinzagelegging op de hoogte gesteld.
Voorts wordt het voorstel tot statutenwijziging hetzij tegelijk met de in artikel 38 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad, hetzij toegezonden aan alle leden die daarom verzoeken. In het laatste geval worden de leden van de mogelijkheid daartoe in kennis gesteld.
Amendementen op het voorstel tot statutenwijziging moeten uiterlijk één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend. Indien het voorstel tot statutenwijziging aan alle leden is toegezonden, worden ook de ingediende amendementen zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de indieningtermijn aan alle leden toegezonden. Indien het voorstel tot statutenwijziging alleen is toegezonden aan de leden die daarom hebben verzocht, dan worden ook de ingediende amendementen alleen aan deze leden toegezonden.
Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland is goedgekeurd en van de wijziging een notariële akte is opgemaakt.
Artikel 48. Ontbinding
- De vereniging kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering, waarin ten minste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede Algemene Vergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
- Artikel 47, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
- Tegelijk met een besluit tot ontbinding wijst de Algemene Vergadering een andere kynologische vereniging aan, waaraan een eventueel batig saldo na vereffening zal toevallen. Ook kan de Algemene Vergadering een of meer anderen dan het bestuur met de vereffening belasten.
Huishoudelijk Reglement van de Nederlandse Rottweiler Club
Artikel 1. Toelating van leden
- Zij die als lid tot de vereniging willen toetreden, vermelden bij hun schriftelijke aanmelding hun naam, adres, postcode en woonplaats. Indien het een aanmelding als jeugdlid betreft, wordt ook de geboortedatum vermeld. Bij een aanmelding als gezinslid wordt de naam van de partner vermeld.
- Naam, adres en woonplaats van de in het eerste lid bedoelde personen worden zo spoedig mogelijk in het orgaan van de vereniging gepubliceerd met de mededeling, dat de leden binnen twee weken na verschijning schriftelijk en gemotiveerd bezwaren tegen de toelating van een of meer aspirant-leden aan het bestuur kenbaar kunnen maken. Het bestuur overweegt deze bezwaren bij zijn beslissing omtrent de toelating.
- De secretaris deelt het bestuursbesluit omtrent de toelating zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de betrokkene mee. In geval van niet-toelating worden daarbij de motieven meegedeeld, die het bestuur tot zijn beslissing hebben geleid. In geval van toelating wordt een exemplaar van de statuten en van dit huishoudelijk reglement bijgevoegd. Het bestuursbesluit wordt ook aan eventuele bezwaarden schriftelijk meegedeeld. Tevens wordt het bestuursbesluit omtrent de toelating in het cluborgaan gepubliceerd.
Artikel 2. Opzegging, ontzetting en schorsing
- Indien het bestuur voornemens is, een besluit tot opzegging, ontzetting of schorsing te nemen als bedoeld in de artikelen 15, 16 of 17 van de statuten, dan stelt het bestuur het betrokken lid tijdig tevoren schriftelijk onder opgave van redenen van dit voornemen in kennis.
- Het betrokken lid kan binnen twee weken bij het bestuur een bezwaarschrift tegen het in het eerste lid bedoelde voornemen indienen.
- Het lid wordt voorts mondeling door het bestuur gehoord, als dat in het bezwaarschrift wordt gevraagd. Het bestuur kan ook anderen horen alvorens te besluiten. In spoedeisende gevallen kan het bestuur besluiten voor de behandeling van het bezwaarschrift, doch niet dan nadat het betrokken lid is gehoord, dan wel de gelegenheid heeft gehad te worden gehoord.
Artikel 3. Voorzitter
- De voorzitter bevordert de behartiging van de belangen van en de goede gang van zaken in de vereniging. Hij leidt, behoudens het bepaalde in artikel 40 der statuten, de Algemene Vergaderingen en de vergaderingen van het bestuur. Hij handhaaft in de vergaderingen de statuten en reglementen van de vereniging en houdt ook buiten de vergaderingen toezicht op deze handhaving.
- Hij bepaalt de volgorde van behandeling van zaken ter vergadering, zolang de vergadering zelf daarover geen besluit neemt.
- Hij handhaaft de orde in de vergadering.
- Hij ondertekent samen met de secretaris de notulen van alle vergaderingen en, voor zover naar het oordeel van het bestuur noodzakelijk, de uitgaande brieven.
Artikel 4. Secretaris
- De secretaris voert de correspondentie van de vereniging, ondertekent alle uitgaande brieven en legt de uitgaande brieven ter beoordeling en medeondertekening, voor zover zulks is besloten door het bestuur, aan de voorzitter voor.
- Hij maakt, behoudens het bepaalde in artikel 40 der statuten, de notulen van de Algemene Vergaderingen en van de bestuursvergaderingen. Hij zendt de notulen van een bestuursvergadering zo spoedig mogelijk na die vergadering in concept aan alle bestuursleden en agendeert de behandeling daarvan voor de eerstvolgende bestuursvergadering. Hij ondertekent de notulen na, eventueel gewijzigde, vaststelling samen met de voorzitter en neemt de eventueel door het bestuur aangebrachte wijzigingen tevens op in de notulen van de vergadering waarin tot deze wijzigingen werd besloten.
- Hij draagt in overleg met de voorzitter zorg voor de opstelling van de agenda’s en alle bijbehorende stukken voor de Algemene Vergaderingen en de bestuursvergaderingen en ziet toe op tijdige verzending daarvan.
- Hij doet in iedere bestuursvergadering mededeling van alle ingekomen brieven. Aan het bestuur gerichte of voor het bestuur bestemde, maar bij andere bestuursleden ingekomen, brieven worden onverwijld door deze bestuursleden aan de secretaris doorgezonden.
- Hij draagt zorg voor het bijhouden van een overzichtelijk archief, waarin naast alle inkomende en afschrift van alle uitgaande correspondentie en alle vergaderstukken en notulen ook alle overige voor de vereniging van belang zijnde stukken worden opgenomen.
- Hij draagt zorg voor het voortdurend en nauwkeurig bijhouden van een ledenregister, waarin de namen, adressen en het soort lidmaatschap van alle leden zijn opgenomen.
- Hij draagt er door registratie van de in een Algemene Vergadering aanwezige stemgerechtigde leden en door andere maatregelen zorg voor, dat bij eventuele stemmingen ieder aanwezig stemgerechtigd lid op zo doelmatig mogelijk wijze één stem kan uitbrengen.
- Hij stelt het jaarverslag zo tijdig samen, dat dit na vaststelling door het bestuur overeenkomstig artikel 33 van de statuten kan worden uitgebracht.
Het bestuur kan besluiten, dat een deel der werkzaamheden van de secretaris door een ander lid van het bestuur of,
met toepassing van artikel 28 van de statuten en onder toezicht en verantwoordelijkheid van de secretaris,
door een lid buiten het bestuur zal worden verricht volgens een werkverdeling die de goedkeuring van het bestuur behoeft.
Artikel 5. Penningmeester
- De penningmeester ziet, behoudens het bepaalde in het zevende lid, toe op het doen van alle ontvangsten en uitgaven der vereniging. Hij zorgt voor een tijdige inning van de jaarlijkse contributie der leden.
- De penningmeester behoeft voorafgaande toestemming van het bestuur voor het doen van uitgaven tot een hoger bedrag dan waartoe door het bestuur is bepaald.
- De penningmeester is bevoegd, namens de vereniging bewijzen van ontvangst te ondertekenen. Hij kan deze bevoegdheid echter voor concreet omschreven ontvangsten tot ten hoogste een door het bestuur daartoe te bepalen bedrag delegeren aan de beheerder van een dagelijkse kas als bedoeld in het zevende lid.
- De penningmeester houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 34 en 35 van de statuten.
- Hij geeft tevens uitvoering aan artikel 34, tweede lid, van de statuten.
- Hij stelt de begroting, onderscheidenlijk de balans en de staat van baten en lasten zo tijdig samen, dat deze na vaststelling door het bestuur overeenkomstig de artikelen 32 en 35 van de statuten kunnen worden uitgebracht. In de begroting worden naast de ramingen voor het nieuwe jaar ook de ramingen voor het voorafgaande jaar en de uitkomsten van het laatst afgesloten jaar vermeld. In de staat van baten en lasten worden naast de uitkomsten van het betreffende jaar ook de ramingen voor dat jaar en de uitkomsten van het voorafgaande jaar vermeld.
- Het bestuur kan bepalen, dat andere bestuursleden dan de penningmeester of leden van een door het bestuur ingestelde commissie bevoegd zijn tot het doen van ontvangsten en uitgaven tot ten hoogste een daartoe door het bestuur te bepalen bedrag, en belast zijn met het beheer van de daaruit voortvloeiende dagelijkse kas, een en ander voor zover dit direct verband houdt met hun specifieke bestuur - of commissietaak. Het saldo van een dergelijke kas mag niet meer bedragen dan een daartoe door het bestuur bepaald bedrag; het meerdere wordt onverwijld aan de penningmeester afgedragen. De beheerder van een dagelijkse kas is voor zijn beheer verantwoording schuldig aan de penningmeester. Hij houdt daartoe nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere gegevens die de penningmeester noodzakelijk acht en verschaft de penningmeester daarvan een overzicht zo dikwijls deze dat verlangt. De penningmeester draagt er zorg voor, dat ook alle ontvangsten en uitgaven die door andere bestuursleden en commissieleden zijn gedaan, in de boeken der vereniging worden verantwoord.
Artikel 6. Bestuursvergaderingen
- Het bestuur vergadert als de voorzitter of ten minste de helft van de andere zittende bestuursleden dit wenselijk acht.
- De bestuursleden worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste twee weken tevoren van de door de voorzitter bepaalde dag, uur en plaats van de vergadering in kennis gesteld.
- De agenda, vermeldende de te behandelen onderwerpen, en eventuele toelichtende stukken worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, zo tijdig aan alle bestuursleden toegezonden dat deze zich op verantwoorde wijze op de vergadering kunnen voorbereiden.
- Indien het tweede en derde lid niet in acht zijn genomen of het betreffende onderwerp in de agenda niet duidelijk is omschreven, dan kan ter vergadering slechts een besluit worden genomen indien ten minste twee/derde van het aantal zitting hebbende bestuursleden aanwezig is en met het nemen van een besluit instemt. Over alle besluiten wordt zo nodig mondeling gestemd, nadat de voorzitter het voorstel waarover gestemd moet worden, duidelijk heeft geformuleerd. De volstrekte meerderheid is behaald indien ten minste één stem meer vóór dan tegen het voorstel is uitgebracht, waarbij blanco stemmen niet worden meegerekend.
Artikel 7. Einde bestuurslidmaatschap
Ieder die ophoudt lid van het bestuur te zijn, is verplicht binnen twee weken
na het einde van zijn bestuurslidmaatschap alle onder hem berustende verenigingsstukken en eigendommen van de vereniging
behoorlijk geordend aan zijn opvolger of aan een ander daartoe door het bestuur aan te wijzen bestuurslid over te dragen.
Het bestuur kan deze termijn verlengen.
Artikel 8. Commissies
- De leden van commissies als bedoeld in artikel 28 van de statuten worden door het bestuur benoemd. Zij kunnen te allen tijde door het bestuur worden geschorst en ontslagen.
- Een door het bestuur ingestelde commissie kan te allen tijde door het bestuur worden opgeheven.
Artikel 9. Kascommissie; tussentijds onderzoek
- De kascommissie is te allen tijde bevoegd, hetzij op verzoek van het bestuur hetzij uit eigen beweging, een tussentijds onderzoek in te stellen. Artikel 36, derde en vierde lid, der statuten is op een dergelijk tussentijds onderzoek van overeenkomstige toepassing.
- Een tussentijds onderzoek wordt in leder geval ingesteld wanneer een aftredend penningmeester de boekhouding en de kas en waarden aan zijn opvolger overdraagt.
- De kascommissie brengt van een tussentijds onderzoek schriftelijk verslag aan het bestuur uit.
Artikel 10. Algemene Vergaderingen; agendapunten en voorstellen
- De Algemene Vergadering kan geen besluiten nemen over een onderwerp, dat niet duidelijk in de agenda als te behandelen agendapunt is omschreven.
- Van brieven die aan de Algemene Vergadering zijn gericht, wordt in de eerstvolgende Algemene Vergadering bij de behandeling van het agendapunt 'Ingekomen stukken' mededeling gedaan. Zij vormen geen onderwerp van beraadslaging indien zij niet afzonderlijk als te behandelen agendapunt op de agenda zijn vermeld of met een ander agendapunt verband houden, tenzij de vergadering anders besluit. De Algemene Vergadering kan echter ook in dat geval niet afwijken van het eerste lid.
- Ieder lid kan ter vergadering over één agendapunt niet vaker dan twee maal het woord voeren, tenzij met toestemming van de voorzitter of van de vergadering.
- Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een voorstel van orde doen. Een dergelijk voorstel betreft de wijze van behandeling van de agenda of van een agendapunt.
Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een duidelijk omschreven voorstel indienen betreffende een agendapunt dat aan de orde is. Het voorstel vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien het door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund.
Ieder stemgerechtigd lid kan ten minste twee weken voor de datum waarop de algemene ledenvergadering wordt gehouden schriftelijk een amendement indienen. Een amendement behelst een duidelijk omschreven voorstel tot wijziging van een voorstel dat als zodanig op de algemene ledenvergadering geagendeerd staat. Het amendement vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien het door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund.
Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een motie indienen. Een motie behelst een duidelijk omschreven voorstel om een oordeel uit te spreken of een verzoek te doen. De motie vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien deze door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund. Een motie die niet betrekking heeft op een bepaald agendapunt, kan bij de rondvraag worden ingediend.
Indien in een aangenomen motie aan het bestuur gevraagd wordt iets te doen of na te laten, het nemen van besluiten daaronder begrepen, dan beraadt het bestuur zich in de eerstvolgende bestuursvergadering en maakt zijn genomen besluit zo spoedig mogelijk in het clubblad bekend. Indien het bestuur besluit aan de motie geen gevolg te geven, is het verplicht het onderwerp op de agenda voor de eerstvolgende Algemene Vergadering als te behandelen agendapunt te vermelden.
Artikel 11. Algemene Vergaderingen; stemmingen
- Een in een Algemene Vergadering uitgebrachte stem is ongeldig, indien de keuze van het betreffende lid daaruit naar het oordeel van de voorzitter of, als een stembureau is gevormd, naar het oordeel van het stembureau niet duidelijk en ondubbelzinnig blijkt.
- Een schriftelijke stemming is ongeldig, indien meer stemmen zijn uitgebracht dan er stemgerechtigde leden aanwezig zijn en het verschil op de uitslag van de stemming van invloed kan zijn.
Artikel 12. Algemene Vergaderingen; orde
De voorzitter kan aan een lid dat ter vergadering onfatsoenlijke taal gebruikt of zich op andere wijze misdraagt, na waarschuwing met recht ontnemen om bij het betreffende agendapunt of gedurende de gehele vergadering verder het woord te voeren. Bij herhaald wangedrag kan de voorzitter het lid het recht ontnemen de vergadering verder bij te wonen.
Artikel 13. Contributie
Nieuwe leden die na 1 juli als lid worden toegelaten, zijn over het lopende verenigingsjaar slechts de helft van de contributie verschuldigd, mits gelijktijdig de contributie voor het komende jaar wordt voldaan.
Artikel 14 Representatie
De leden wekken tegenover derden niet de indruk dat zij de vereniging representeren, tenzij zij deel uitmaken van het bestuur of door het bestuur uitdrukkelijk tot representatie zijn gemachtigd.
Artikel 15 Orgaan der vereniging
- Het bestuur bevordert, dat een clubblad als orgaan van de vereniging verschijnt.
- Het bestuur benoemt op grond van artikel 28 van de statuten een redactiecommissie. Het tweede lid van dat artikel is, behoudens het in dit artikel bepaalde, niet van toepassing.
- Het bestuur bepaalt binnen de grenzen van de begroting de omvang en vormgeving van het clubblad na overleg met de redactiecommissie.
- De redactiecommissie bepaalt de inhoud van het clubblad met inachtneming van het in dit artikel bepaalde. Zij beslist bij meerderheid van stemmen over de plaatsing van artikelen en andere bijdragen. Staken de stemmen, dan wordt geacht tot plaatsing te zijn besloten.
4. Indien de plaatsing van een door een lid ingezonden bijdrage wordt geweigerd,
&nbp;dan wordt de kopij binnen twee maanden na inzending aan de inzender teruggezonden onder opgave van de reden van weigering.
Indien het betrokken lid zich met deze weigering niet kan verenigen, dan kan hij zich ter zake schriftelijk tot het bestuur wenden.
Het bestuur neemt zo mogelijk in zijn eerstvolgende vergadering een beslissing en
deelt deze schriftelijk en gemotiveerd mee aan de inzender en aan de redactiecommissie.
Indien het bestuur alsnog tot plaatsing besluit, is de redactiecommissie tot plaatsing verplicht.
Zij kan echter onder verwijzing naar het bepaalde in dit lid tot uitdrukking brengen,
dat plaatsing onder verantwoordelijkheid van het bestuur geschiedt.
5. In het clubblad worden in ieder geval vermeld, c.q. opgenomen:
- de namen en adressen van de bestuursleden;
- de door het bestuur ingestelde commissies en het correspondentieadres van deze commissies;
-
mededelingen van het bestuur en van de commissies;
6. Het advertentietarief wordt door het bestuur bepaald.
Het bestuur beslist omtrent de plaatsing van advertenties.
Artikel 16. Vergoedingen
- De leden van het bestuur genieten ten laste van de vereniging een vergoeding voor noodzakelijk gemaakte reis - en verblijfkosten, porti en telefoonkosten.
- De vergoeding voor reiskosten wordt gebaseerd op de kosten van openbaar vervoer, tenzij de reis doelmatiger per auto kan worden gemaakt, in welk geval per gereden kilometer een bedrag wordt vergoed. De overige vergoedingen zijn gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten.
- Het bestuur kan voor de te vergoeden verblijfkosten maxima bepalen. Voor meerdaagse reizen en voor reizen naar het buitenland is voorafgaande toestemming van het bestuur nodig.
- De kosten moeten schriftelijk gedeclareerd worden binnen een termijn van drie maanden nadat de kosten gemaakt. De penningmeester gaat niet tot uitbetaling over dan nadat de declaratie door de voorzitter of, als het de voorzitter zelf of een niet-bestuurslid betreft, door een ander daarvoor het meest in aanmerking komend bestuurslid voor akkoord is mee ondertekend.
- Het bestuur kan bepalen, dat dit artikel ook van toepassing is op leden van commissies en op anderen die ter uitvoering van een bestuursopdracht kosten hebben gemaakt.
Artikel 17. Introductie
- Ieder lid kan met toestemming van de voorzitter één persoon introduceren bij bijeenkomsten en vergaderingen, tenzij het bestuur heeft bepaald dat voor een bepaalde bijeenkomst of vergadering introductie niet is toegestaan. Op introductie bij een Algemene Vergadering is echter uitsluitend artikel 39, tweede lid, der statuten van toepassing.
Artikel 18 Onvoorziene gevallen
- In gevallen waarin de wet, de statuten en dit reglement niet voorzien, beslist het bestuur. Over zijn beslissing legt het bestuur desgevraagd verantwoording aan de Algemene Vergadering af.
Top
FOKCOMMISSIE ( FAC )REGLEMENT N. R. C. laatst gewijzigd op 18-11-1995
Het doel van de fokadviescommissie (FAC) is leden behulpzaam te zijn bij het instandhouden en het verbeteren van het ras.
De FAC bestaat uit te minste drie en ten hoogste vijf leden. Zij worden gekozen op de algemene vergadering door en uit de leden van de NRC op voordracht van het hoofdbestuur voor een periode van vier jaar volgens een vastgesteld rooster. Aftredende leden zijn terstond herkiesbaar. Een nieuw gekozen lid komt op de plaats van het aftredend lid op het rooster te staan.
De voorzitter wordt in functie gekozen en is tevens lid van het hoofdbestuur van de NRC. De andere taken worden onderling verdeeld.
Een lid van de commissie kan door het hoofdbestuur van de N.R.C. geschorst worden tot de eerstvolgende ledenvergadering, waarna e.e.a. wordt bekrachtigd met ontslag dan wel ongedaan wordt gemaakt.
Bij aftreden of schorsen moeten de leden van de commissie de onder hen berustende bescheiden die eigendom zijn van de club, op eerste verzoek bij het hoofdbestuur inleveren.
De commissie is bevoegd tot het geven van schriftelijke fokadviezen voor alle honden waarmee volgens het fokreglement gefokt mag worden.
Andere activiteiten van de commissie dan genoemd in artikel 6 dienen vooraf door de voorzitter van de commissie aan het hoofdbestuur van de N.R.C. ter goedkeuring te worden voorgelegd.
Schriftelijke adviezen worden door de commissie in overleg gegeven onder verantwoording van de voorzitter van de FAC. Nimmer zal een lid van de FAC zonder overleg met de overige commissieleden een schriftelijk advies uitbrengen.
Van gegeven schriftelijke adviezen wordt een lijst bijgehouden, waarvan jaarlijks een afschrift naar de secretaris van de NRC wordt gezonden.
Schriftelijke inlichtingen kunnen aan alle leden gegeven worden.
Aangevraagde schriftelijke adviezen / inlichtingen moeten uiterlijk binnen 10 weken na binnenkomst beantwoord worden. De FAC zal binnen twee weken na ontvangst van het verzoek tot advies de ontvangst bevestigen.
Voor het verkrijgen van informatie kunnen leden van de FAC, of door het hoofdbestuur van de NRC aangewezen nestcontroleurs, te allen tijde nestcontrole doen.
Alle gegevens waarover de commissie beschikt kunnen, indien dit noodzakelijk is, ter verbetering van het ras openbaar worden gemaakt.
De commissie geeft in de eerste helft van ieder jaar een fokboek uit waarin opgenomen o.a. statistische gegevens, de geboren nesten, geïmporteerde honden, testuitslagen africhtingsuitslagen enz.(voor zover verstrekt door de WHC), tentoonstellingsuitslagen, HD uitslagen, een lijst met toegelaten dekreuen en verder ter zake doende informatie.
De commissie organiseert informatie-fokavonden, clubdagen en wat zij verder noodzakelijk acht.
De commissie tracht door onder andere nakomelingenonderzoek zoveel mogelijk gegevens vast te leggen ter verbetering van het ras.
De commissie regelt de nestcontole enz. t.b.v. de pupbemiddeling.
Jaarlijks stelt de voorzitter een jaarverslag op waarin opgenomen o.a. het aantal gegeven adviezen. Dit verslag wordt in het clubblad gepubliceerd.
De FAC heeft geen eigen geldmiddelen. Vergoeding van onkosten geschiedt door de penningmeester van de N.R.C. volgens de declaratieregeling. Er wordt gewerkt met een tevoren door het N.R.C. hoofdbestuur en de leden goedgekeurde begroting.
In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet of bij enig geschil in de toepassing daarvan, beslist het hoofdbestuur van de NRC.
Top
WERKHONDENCOMMISSIE(WHC ) REGLEMENT N. R. C.
vastgesteld op
15-10-2004
Er is een werkhondencommissie (WHC). De commissie bestaat uit ten minste 3 en ten hoogste 5 leden. Zij worden benoemd door het hoofdbestuur ( HB ), voor een periode van vier jaar volgens een vastgesteld rooster. Bij het benoemen door het HB pleegt het HB van de NRC overleg met de zittende leden van de commissie, gehoord hebbende de Werkgroepenvergadering. Geen twee leden van een werkgroep kunnen in de commissie zitting hebben. De voorzitter wordt door de AV van de NRC in functie gekozen. Een aftredend lid is terstond herkiesbaar. Een nieuw gekozen lid komt op de plaats van het aftredend lid op het rooster te staan.
Onder de in het reglement opgenomen wekgroep wordt verstaan alle bestaande werkgroepen alsmede ook de werkgroepen i.o. ( in oprichting )
De taak van de commissie is:
- Het adviseren van het HB: in alle gevallen waarin dit op grond van het werkgroepreglement is voorgeschreven.
- in alle andere gevallen waarin het HB in zaken betreffende het werkhondenwezen daarom verzoekt.
- Het gevraagd of ongevraagd verstrekken van adviezen en/of geven van inlichtingen aan de werkgroepen met betrekking tot alle door de groepen beoefende programma's, alsmede alle andere zaken het werkhondenwezen betreffende.
- Het behandelen van alle aanvragen van werkgroepen voor het houden van examens en/of wedstrijden, conform het werkgroepreglement.
- Het organiseren van onderlinge wedstrijden volgens het IPO-examenreglement.
- Het houden van toezicht op de naleving van het werkgroepreglement door de werkgroepen.
- Het indelen van de gebieden waar een werkgroep haar activiteiten mag uitoefenen.
4. Leden:
- van de WHC krijgen een aantal werkgroepen toegewezen en zijn contactpersoon voor deze werkgroepen en bezoeken deze zo dikwijls als de commissie dat nodig acht. Van deze bezoeken wordt een schriftelijke rapportage in de notulen van de WHC-vergaderingen verwerkt ter informatie van het HB.
De commissie vergadert zo dikwijls als zij dit nodig acht, doch minstens twee keer per jaar. Tevens vergadert zij minimaal twee keer per jaar (in het voorjaar en het najaar) met de besturen van de werkgroepen of hun vervangers.
De voorzitter, of bij zijn afwezigheid diens plaatsvervanger, leidt alle door de commissie te houden vergaderingen. Hij waakt over de handhaving van de statuten en de reglementen van de NRC binnen de commissie. De voorzitter heeft zitting in het HB van de NRC als bestuurslid belast met werkhondenzaken.
De secretaris is belast met het bijeenroepen van alle door de commissie te houden vergaderingen. Hij is verplicht een afschrift van de notulen te doen toekomen aan de secretaris van het HB. Ieder jaar zendt hij het jaarverslag van het afgelopen jaar van de commissie en in juli de begroting voor het komende jaar aan de secretaris van het HB. Deze begroting behoeft de goedkeuring van het HB van de NRC. Hij doet schriftelijk mededeling aan de secretaris van het HB van de NRC, van alle door de commissie te organiseren evenementen. Bij het voeren van correspondentie namens de commissie, is hij bevoegd gebruik te maken van het briefhoofd van de NRC, onder toevoeging werkhondencommissie. Van alle door hem gevoerde correspondentie houdt hij afschrift en bewaart dit. Tevens bewaart hij de ingekomen stukken. Als het HB dat verzoekt, is hij verplicht alle bescheiden, de commissie betreffende, onverwijld aan het HB ter inzage af te geven. Het HB is bevoegd van deze bescheiden afschrift te nemen.
Indien de commissie na hoor en wederhoor van oordeel is dat een werkgroep handelt in strijd met de statuten en/of reglementen van de NRC, dan geeft zij daarvan terstond schriftelijk kennis aan de secretaris van het HB van de NRC met vermelding van geconstateerde handelingen.
De commissie heeft geen eigen inkomsten, ze kan beschikken over een jaarlijks vast te stellen bedrag opgenomen in de door de algemene vergadering van de NRC goedgekeurde begroting. Voor het doen van uitgaven en aangaan van verbintenissen of overeenkomsten ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie is toestemming nodig van het HB. Desalniettemin kan in spoedeisende gevallen, zulks ter beoordeling van de voorzitter van de commissie, een uitgave worden gedaan niet hoger dan € 230,00-. Verantwoording van de uitgaven dient te geschieden bij de penningmeester van de NRC tegen overlegging van bewijsstukken. Vergoeding van de door de commissieleden gemaakte onkosten, geschiedt tegen overlegging van bewijsstukken, volgens de normen die voor hoofdbestuursleden van de NRC gelden.
Het lidmaatschap van de commissie eindigt op het tijdstip dat het lidmaatschap bij de NRC eindigt. Het HB van de NRC kan te allen tijde een lid van de commissie ontslaan of schorsen. Het besluit daartoe wordt aan het lid onder opgaaf van redenen, per aangetekend schrijven medegedeeld. Tegen het besluit staat binnen een maand na datum van ontvangst van het aangetekend schrijven, schriftelijk beroep open bij de eerstvolgende AV. De uitspraak van de algemene vergadering is beslissend voor beide partijen. Gedurende de beroepstermijn en zolang over het beroep niet is beslist blijft het commissielid ontslagen c.q. geschorst.
Als een lid van de commissie aftreedt, moet hij daarvan schriftelijk kennis geven aan het HB van de NRC en aan de WHC.
De commissie legt een register aan, waarin alle resultaten worden vermeld van de Rottweilers die aan examens en/of wedstrijden hebben deelgenomen, alsmede alle andere gegevens die de commissie in verband met de vervulling van haar taak nodig acht. De commissie is verplicht examenuitslagen en wedstrijdresultaten alsmede andere bijzonderheden schriftelijk mee te delen aan het HB van de NRC en van de fokadviescommissie.
Het voornemen tot het houden van een examen of een wedstrijd dient door de secretaris van de commissie tijdig te worden opgegeven aan de redacteur van het cluborgaan, die voor publicatie zorgt. Van alle evenementen, die onder auspiciën van de commissie gehouden zijn dient voor publicatie in het clubblad, een verslag aan de redacteur te worden gezonden.
Alle bescheiden van de commissie zijn eigendom van de NRC.
In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet of bij enig geschil in de toepassing daarvan, beslist in spoedeisende gevallen het HB van de NRC en in andere gevallen de ALV.
Top
PAKWERKERS REGLEMENT NEDERLANDSE ROTTWEILERCLUB.
laatst gewijzigd 27 oktober 2009.
Top
WERKGROEPEN REGLEMENT NEDERLANDSE ROTTWEILERCLUB. vastgesteld
15-10-2004
- Dit reglement verstaat onder " N.R.C. Rottweiler Werkgroep" een aantal leden van de N.R.C., verenigd in een groep, die als zodanig bij een Kamer van Koophandel is ingeschreven. "N.R.C. Rottweiler Werkgroep in oprichting"
- een aantal leden van de N.R.C., dat zich heeft aangesloten met het doel een werkgroep te gaan vormen en ter voorbereiding daarvan tenminste het programma " Gedrag en Gehoorzaamheid" beoefent.
- "Hoofdbestuur": het bestuur van de Nederlandse Rottweiler Club.
- "werkhondencommissie": een adviescommissie van de N.R.C., benoemd door het hoofdbestuur ( HB ), in overleg met de zittende leden van de commissie, gehoord hebbende de Werkgroepenvergadering en bestaande uit enkele regionale vertegenwoordigers van de erkende werkgroepen onder voorzitterschap van het hoofdbestuurslid Werkhondenzaken.
- Indien in een gemeente of streek daaraan behoefte bestaat kunnen minimaal acht leden van de N.R.C., ter voorbereiding van de oprichting van een werkgroep, een werkgroep in oprichting vormen.
- Uiterlijk een jaar na de datum waarop een werkgroep in oprichting haar activiteiten aanvangt dient de erkenning als werkgroep te worden verkregen. Het hoofdbestuur kan op verzoek van het voorlopig bestuur van de N.R.C. Rottweiler Werkgroep i.o. en na het advies te hebben ingewonnen van de werkhondencommissie deze termijn met ten hoogste twee jaar verlengen.
- Zodra een aantal leden van de N.R.C. een N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. heeft gevormd is het voorlopig bestuur van deze N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. verplicht hiervan onverwijld schriftelijk kennis te geven aan het hoofdbestuur onder opgave van de naam en het adres van degene(n) bij wie inlichtingen zijn te verkrijgen, de namen en de adressen van de leden van de N.R.C. die zich bij de N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. hebben aangesloten, alsmede de naam waaronder de groep optreedt, de plaats waar, en het tijdstip waarop de oefeningen worden gehouden. Deze kennisgeving dient ook te worden gedaan aan de werkhondencommissie.
- De naam van de N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. mag niet anders luiden dan "N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o.", gevolgd door de naam van de plaats van vestiging of de streek waar de groep haar activiteiten uitoefent.
- N.R.C. Rottweiler werkgroepen i.o. hebben het recht examens te organiseren voor de diploma's "gedrag en gehoorzaamheid", "verkeers zekere hond" en "uithoudingsvermogen". Het verzoek daartoe dient minimaal drie maanden tevoren schriftelijk te worden ingediend bij de werkhondencommissie. Leden van de werkgroep i.o. die aan een "I.P.O." examen willen deelnemen zijn hiervoor aangewezen op een werkgroep.
- Na ontvangst van de in Art. 4 bedoelde kennisgeving zorgt het hoofdbestuur ervoor dat de naam en het adres van de contactpersoon van de werkgroep i.o. in het cluborgaan van de N.R.C. wordt gepubliceerd.
- Zij die lid willen worden van een werkgroep moeten aantonen dat zij de contributie van de N.R.C. hebben voldaan.
- Wordt een lid van de N.R.C. als lid van een werkgroep geweigerd dan is het bestuur van de werkgroep verplicht dit onder opgave van de redenen binnen een maand schriftelijk ter kennis te brengen van het hoofdbestuur. Hetzelfde geldt als het bestuur van een werkgroep een lid uit het lidmaatschap ontzet of het lidmaatschap opzegt.
- Het bestuur van een werkgroep houdt een ledenregister bij en is verplicht jaarlijks in de maand januari de ledenlijst te doen toekomen aan de secretaris van de N.R.C. en aan de secretaris van de werkhondencommissie.
- Leden van een werkgroep zijn verplicht de doelstellingen van de N.R.C. en die van de werkgroep te bevorderen.
- Het bedrag der contributie voor het lidmaatschap van een werkgroep kan niet hoger zijn dan € 20,00 per maand.
- Een N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. kan, voor welk doel dan ook, geen aanspraak maken op vergoedingen of bijdragen uit de kas van de N.R.C.
Het verzoek om toestemming tot erkenning van een N.R.C. Rottweilerwerkgroep dient
door het voorlopig bestuur van de werkgroep i.o. schriftelijk te worden ingediend bij het hoofdbestuur onder overlegging van :
- Een concept van statuten van de te erkennen N.R.C. Rottweiler werkgroep.
- Een concept van het huishoudelijk reglement van de te erkennen N.R.C.Rottweiler werkgroep.
- Een opgave van de leden van het bestuur van de te erkennen N.R.C. Rottweilerwerkgroep.
- Een opgave van de kandidaat-leden van de te erkennen N.R.C. Rottweilerwerkgroep.
- Het verzoek komt niet in aanmerking voor behandeling indien niet alle bovengenoemde bescheiden daarbij gevoegd zijn.
- Bij het verzoek tot erkenning van een N.R.C. Rottweiler werkgroep waarvan het werkgebied ligt buiten het gebied van een reeds bestaande werkgroep, zulks ter beoordeling van de werkhondencommissie, moet worden aangetoond dat minimaal acht leden van de N.R.C. kandidaat-lid zijn van de te erkennen werkgroep.
- Bij een te erkennen N.R.C. Rottweiler werkgroep in een gemeente of streek, waar met toestemming van het hoofdbestuur reeds een N.R.C. Rottweiler werkgroep is gevestigd, moet worden aangetoond dat tenminste twaalf leden van de N.R.C.kandidaat-lid zijn van de te erkennen N.R.C. Rottweiler werkgroep. Op advies van de werkhondencommissie kan van deze bepaling worden afgeweken.
- Het hoofdbestuur beslist op het verzoek tot erkenning, na het advies te hebben ingewonnen van de werkhondencommissie, uiterlijk twee maanden na de datum waarop het verzoek door het hoofdbestuur is ontvangen.In het geval genoemd in lid b. van Art. 12 dient de werkhondencommissie ook het bestuur van de reeds bestaande N.R.C. Rottweiler werkgroep te horen. Het bestuur van deze N.R.C. Rottweiler werkgroep wordt daartoe schriftelijk uitgenodigd. Wanneer aan deze uitnodiging gevolg wordt gegeven wordt geacht dat het betrokken bestuur tegen het oprichten van de nieuwe N.R.C. Rottweiler werkgroep geen bezwaar heeft.
De toestemming wordt niet verleend :
- Indien de statuten en/of het huishoudelijk reglement van de te erkennen N.R.C. Rottweiler werkgroep bepalingen bevat die in strijd zijn met de statuten en/of reglementen van de N.R.C., waaronder begrepen ook het werkgroep reglement.
- Indien in de statuten van de te erkennen N.R.C. Rottweiler werkgroep niet de bepalingen zijn opgenomen genoemd in Art. 14 van dit reglement.
- Indien in het geval genoemd in Art. 12 lid b. het bestuur op grond van het door de werkhondencommissie verstrekte advies van oordeel is dat een gezonde ontwikkeling of het voortbestaan van de reeds bestaande N.R.C. Rottweilerwerkgroep in gevaar wordt gebracht, of kan worden gebracht.
- Indien naar het oordeel van de werkhondencommissie de te erkennen N.R.C. Rottweiler werkgroep niet over een geschikte accommodatie voor de te beoefenen programma's beschikt.
De statuten van een te erkennen N.R.C. Rottweiler werkgroep moeten onder andere bevatten :
- De naam en de zetel van de N.R.C. Rottweiler werkgroep. De naam mag niet anders luiden dan: "N.R.C. Rottweiler werkgroep ......" , gevolgd door de naam van de plaats van vestiging (zetel) of de streek waar de N.R.C. Rottweiler werkgroep haar activiteiten uitoefent. Een uitzondering hierop vormt de "Eerste Nederlandse Rottweiler Werkgroep". Wordt een streeknaam gevoerd, dan moet de groep domicilie kiezen in een gemeente die in die streek is gelegen.
- Met inachtneming van het bepaalde in Art. 2 van de statuten van de N.R.C.moet uit de statuten van een N.R.C. Rottweiler werkgroep blijken dat zij tot doel heeft de gebruikswaarde van het hondenras "Rottweiler" te bevorderen en dat de N.R.C. Rottweiler werkgroep dat doel wil bereiken door onder andere : - het beoefenen van de africhtingssport, - het beoefenen van de programma's :"G. & G.", "I.P.O.", "UV", en "V.Z.H.", - het doen houden van examens ter verkrijging van de certificaten "I.P.O.","V.Z.H.", "U.V.", en/of "speurhond", alsmede het diploma " G. & G." of een ander certificaat of diploma waaruit de gebruikswaarde van de Rottweiler blijkt.
- Uiterlijk drie maanden na de datum waarop de erkenning is verleend is het bestuur van de N.R.C. Rottweiler werkgroep verplicht de statuten in een notariële akte te laten opnemen en de N.R.C. Rottweiler werkgroep in het verenigingsregister van een Kamer van Koophandel te laten inschrijven.
Het hoofdbestuur is te allen tijde bevoegd en gerechtigd de erkenning in te trekken indien :
- Wijzigingen in de statuten en/of het huishoudelijk reglement van de N.R.C. Rottweiler werkgroep zijn aangebracht zonder de goedkeuring van het hoofdbestuur.
- Door de N.R.C. Rottweiler werkgroep de statuten en/of reglementen van de N.R.C. niet worden nageleefd.
- Door de N.R.C. Rottweiler werkgroep handelingen worden verricht waardoor de goede naam van de N.R.C. in opspraak wordt of kan worden gebracht.
- Wanneer uit feiten en/of omstandigheden blijkt dat de door de N.R.C. Rottweiler werkgroepen te beoefenen programma's op onverantwoorde wijze worden uitgevoerd, zulks ter beoordeling van de werkhondencommissie.
- Op grond van andere feiten en/of omstandigheden waardoor redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat de N.R.C. Rottweiler werkgroep onder de door haar gevoerde naam haar activiteiten blijft uitoefenen.
- Bij niet-erkenning treden dezelfde bepalingen in werking als bij intrekking van een erkenning, verder genoemd in Art. 17 en 18 van dit Reglement.
Het besluit tot intrekking van de erkenning wordt niet eerder genomen dan nadat het bestuur van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep in de gelegenheid is gesteld aan te tonen dat de redenen die tot intrekking aanleiding vormden niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Het bestuur van de N.R.C. Rottweiler werkgroep wordt daartoe schriftelijk uitgenodigd. Binnen een maand na ontvangst van de uitnodiging dient het onderhoud op een in gezamenlijk overleg bepaalde datum te hebben plaatsgevonden. Geeft het bestuur van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep aan de uitnodiging geen gevolg, dan wordt geacht dat het tegen het intrekken van de erkenning geen bezwaar heeft.
Besluit het hoofdbestuur na het onderhoud met het bestuur van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep de erkenning in te trekken dan wordt dit met redenen omkleed, schriftelijk ter kennis gebracht van het bestuur van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep. In dat geval staat binnen een maand na de datum van ontvangst van het schrijven tegen dit besluit van het hoofdbestuur beroep open bij de eerst volgende algemene vergadering. Het beroep dient schriftelijk te worden ingediend bij de secretaris van de N.R.C. Gedurende de beroepstermijn en zolang over het beroep niet is beslist, dient de N.R.C. Rottweiler werkgroep zich onder de door haar gevoerde naam te onthouden van activiteiten. Het is haar dan ook niet toegestaan de rasaanduiding "Rottweiler" of het embleem van de N.R.C. op welke wijze dan ook te voeren. De uitspraak van de algemene vergadering is voor beide partijen bindend.
Teneinde de algemene vergadering over het beroep voor te lichten, kan het hoofdbestuur, na overleg met het bestuur van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep een adviescollege van ten hoogste vijf leden uit de leden van de N.R.C. benoemen. De voorzitter van de N.R.C. of een der andere hoofdbestuursleden, die geen lid van het college mag zijn, treedt op als voorzitter van het college. Hij heeft in het college geen stem. Het hoofdbestuur is verplicht alle op de intrekking betrekking hebbende bescheiden, waaronder uittreksels van de notulen van de hoofdbestuursvergadering(en) waarin de intrekking van de erkenning aan de orde is geweest, en die van het onderhoud met het bestuur van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep ter beschikking van het college te stellen. Voorts zijn zowel het hoofdbestuur als het bestuur van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep verplicht het college alle inlichtingen te verschaffen die het voor het uitbrengen van een advies aan de algemene vergadering nodig acht. De behandeling van het beroep moet op de agenda van de eerstvolgende algemene vergadering worden vermeld.
Beslist de algemene vergadering dat de toestemming terecht is ingetrokken dan dient de N.R.C. Rottweiler werkgroep als zodanig te worden ontbonden. Bij het niet nakomen van deze bepaling kan het hoofdbestuur, op kosten van ongelijk, het oordeel vragen van de Burgerlijke Rechter. Bij intrekking van de erkenning, gevolgd door ontbinding van de N.R.C. Rottweiler werkgroep kunnen de baten van deze werkgroep worden verdeeld onder de leden met inachtneming van Art. 23, boek II van het Burgerlijk Wetboek. Bij niet-erkenning van de N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o., gevolgd door ontbinding worden de baten en lasten eveneens verdeeld onder de voormalige leden van de betrokken N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o., overeenkomstig Art. 23, boek II van het Burgerlijk Wetboek. Leden van een N.R.C. Rottweiler werkgroep zijn verplicht zich te houden aan de bepalingen van dit Reglement.
Indien het hoofdbestuur de erkenning aan een N.R.C Rottweiler werkgroep i.o. onthoudt of een erkenning intrekt, en een lid van de N.R.C. blijft desondanks activiteiten ontplooien uit naam van bedoelde werkgroep of deelnemen aan activiteiten van die werkgroep dan kan het betreffende lid, met inachtneming van het gestelde in Art. 4 lid d. van de statuten van de N.R.C., uit het lidmaatschap van de N.R.C. worden ontzet.
Van iedere wijziging in de samenstelling van het bestuur van een N.R.C. Rottweiler werkgroep moet onverwijld schriftelijk mededeling worden gedaan aan de secretaris van de N.R.C. en aan de werkhondencommissie.
Het bestuur van de N.R.C. Rottweiler werkgroep is verplicht ieder jaar voor 1 juli de notulen van de algemene vergadering van de werkgroep en het jaarverslag van de secretaris te doen toekomen aan de secretaris van de N.R.C. en aan de werkhondencommissie.
Het bestuur van de N.R.C. Rottweiler werkgroep waakt over de handhaving van de statuten en de reglementen van de N.R.C. binnen de werkgroep.
Het bestuur van de N.R.C. Rottweiler werkgroep dient tenminste één maal per jaar een africhtings-evenement en/of examen te organiseren. Indien de N.R.C. Rottweiler werkgroep niet in staat is om dit te organiseren door wat voor omstandigheden dan ook dan dient hierover overleg te zijn met de werkhondencommissie. Behalve de leden van de N.R.C. Rottweiler werkgroep hebben ook de andere leden van de N.R.C. met toestemming van de organiserende werkgroep het recht aan een dergelijk evenement en/of examen met een Rottweiler deel te nemen, mits het aantal honden het toegestane aantal per keurmeester niet overschrijdt.
Het verzoek tot het houden van een africhtings-evenement of het houden van een examen dient tenminste drie maanden van tevoren schriftelijk te worden ingediend bij de werkhondencommissie.
In geval van het voornemen tot ontbinding van een N.R.C. Rottweiler werkgroep dient het bestuur van de N.R.C. Rottweiler werkgroep overleg te plegen met het hoofdbestuur.
Voor wijziging van de statuten en/of het huishoudelijk reglement van een N.R.C. Rottweiler werkgroep is de goedkeuring van het hoofdbestuur vereist, dat hierover advies inwint bij de werkhondencommissie.
Zij die lid willen worden van een N.R.C. Rottweiler werkgroep moeten aantonen dat zij als lid door de N.R.C. of een andere erkende rasvereniging zijn aangenomen en hun contributie over het lopende verenigingsjaar hebben voldaan, hetgeen kan blijken uit de lidmaatschapskaart.
Wordt een lid van de N.R.C. niet als lid van een werkgroep toegelaten dan is het bestuur van deze werkgroep verplicht, onder opgave van reden(en) tot weigering, hiervan binnen een maand schriftelijk kennis te geven aan het hoofdbestuur. Hetzelfde geldt indien een aanvankelijk toegelaten lid van verdere deelname aan de activiteiten van de N.R.C. Rottweiler werkgroep wordt uitgesloten of uit het lidmaatschap van de werkgroep wordt ontzet.
Het bestuur van een N.R.C. Rottweiler werkgroep of een N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. houdt een ledenregister bij en is verplicht jaarlijks voor 1 april de ledenlijst te doen toekomen aan de secretaris van de N.R.C. en aan de werkhonden commissie.
Een hond van een ander werkhondenras dan de Rottweiler mag aan de activiteiten van een N.R.C. Rottweiler werkgroep of N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o., met uitzondering van "G. & G." , slechts deelnemen met toestemming van het hoofdbestuur van de rasvereniging waarvan de eigenaar van de betreffende hond lid is, en met toestemming van de werkhondencommissie. Het aantal honden van een ander werkhondenras in verhouding tot het aantal Rottweilers mag niet hoger zijn dan in de verhouding 2 : 5, ten aanzien van actieve leden. Voor Rottweilers zonder stamboom kan de werkhondencommissie in overleg met het bestuur van de betreffende werkgroep of werkgroep i.o. per geval dispensatie verlenen.
Het bestuur van een N.R.C. Rottweiler werkgroep of het voorlopig bestuur van een N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. is verplicht de werkhondencommissie alle inlichtingen te verschaffen die de commissie voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.
Indien een N.R.C. Rottweiler werkgroep of een N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. een cluborgaan of mededelingenblad uitgeeft, is het bestuur van de N.R.C. Rottweiler werkgroep of het voorlopig bestuur van een N.R.C. Rottweilerwerkgroep i.o. verplicht daarvan een exemplaar te zenden aan de secretaris van de N.R.C. en de redacteur van het cluborgaan van de N.R.C.
Indien op grond van de bepalingen van dit Reglement een verzoek, oproeping, uitnodiging of beslissing van het hoofdbestuur schriftelijk ter kennis van het bestuur van een N.R.C. Rottweiler werkgroep en/of het voorlopig bestuur van een N.R.C. Rottweiler werkgroep i.o. moet worden gebracht, dient een dergelijk schrijven te zijn ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de N.R.C. Heeft een en ander betrekking op het verlenen van een erkenning tot het oprichten van een N.R.C. Rottweiler werkgroep of intrekking van een reeds verleende erkenning, dan geschiedt dit per aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.
Dit reglement treedt in werking nadat het door de algemene vergadering van de N.R.C. is aangenomen, met ingang van de datum waarop het door middel van publicatie in het eerstvolgende nummer van het officiële orgaan van de N.R.C. ter kennis van de leden is gebracht.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, of bij enig verschil omtrent de toepassing daarvan beslist het hoofdbestuur van de N.R.C.
Top
REGLEMENT AFRICHTINGSINSIGNE
laatst gewijzigd
op ALV 13-11-1999
Africhtingsinsignes worden behaald door NRC-leden met hun Rottweilers.
Aanvragen voor een africhtingsinsigne moeten worden ingediend bij de werkhonden Commissie (WHC) van de NRC binnen een jaar na het behalen van het voor het desbetreffende africhtinginsigne benodigde aantal punten. Het aanvragen dient te geschieden op een daarvoor bestemd formulier en vergezeld te gaan van kopieën van de resultaten zoals vermeld in het werkhondenboekje van de Raad van Beheer.
Punten kunnen worden behaald op africhtingevenementen georganiseerd door de FCI / Raad van Beheer erkende evenementen met door de FCI / Raad van Beheer erkende africhtings keurmeesters en door de FCI / Raad van Beheer erkende africhtingscertificaten, welke in het puntenwaarderingssysteem van dit reglement zijn vermeld.
Alleen punten behaald door de geleider met een door hem opgeleide en voorgebrachte hond voor het desbetreffende IPO=certificaat zijn geldig voor dit reglement. Behaalde punten komen op naam van de geleider en niet op naam van hond of eigenaar van de hond.
Het uitlenen van gecertificeerde honden, ter herhaling van een bepaald certificaat, aan een andere geleider om deze in de gelegenheid te stellen punten te behalen voor een africhtinginsigne is niet toegestaan.
Bij overdracht van een gecertificeerde hond kunnen eerst punten voor een africhtinginsigne worden behaald indien de nieuwe eigenaar/geleider de hond tenminste één jaar aantoonbaar heeft voorgebracht en als het laatst behaalde gelijkwaardig certificaat van de vorige eigenaar/geleider tenminste één jaar oud is. Indien er sprake is van een nieuwe geleider dient men dit binnen een maand na overdracht schriftelijk te melden bij de WHC. Indien er sprake is van een nieuwe eigenaar is de datum op de stamboom maatgevend.
Het africhtinginsigne van de NRC staat op naam van de geleider van de hond(en) en is niet overdraagbaar aan een ander persoon.
Het onrechtmatig dragen van een NRC-africhtinginsigne is verboden.
Indien een geleider op een examen/wedstrijd dat/die zich uit kan strekken over meerdere dagen, twee of meerderehonden voorbrengt, onverschillig in welke klasse, kan hij/zij voor elke hond punten verkrijgen, indien niet wordt gehandeld in strijd met de reglementen.
Het VZH, IPO1, IPO2, UV GG1, GG2 en RH1 examen wordt eenmaal per hond gewaardeerd. Het IPO3, SpH1, SpH2 en RH2 mogen onbeperkt worden herhaald.
Honden van zeven jaar en ouder mogen in een lagere klasse worden voorgebracht ter verkrijging van punten volgens dit reglement.
Voor VH examens, afgelegd na 1996, worden geen punten toegekend. Het benodigde aantal punten om een africhtinginsigne te behalen bedraagt voor:
- Het bronzen africhtinginsigne: 25 punten.
- Het zilveren africhtinginsigne: 50 punten.
- Het gouden africhtinginsigne: 100 punten.
- Het goud met briljant africhtinginsigne: 250 punten.
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het hoofdbestuur van de NRC.
Tegen deze beslissing is geen beroep mogelijk.
Klik hier voor de puntenwaardering van de Africhtingsinsigne
Rasspecifiek Fokreglement (Rottweiler)
Certificering Rasverenigingen en Rashondenfokkers
Raamwerk voor het rasspecifiek fokreglement voor
gecertificeerde rasverengingen en rashondenfokkers onder auspiciën van de
RAAD VAN BEHEER OP KYNOLOGISCH GEBIED
IN NEDERLAND
1. ALGEMEEN
1.1. Het Rasspecifiek Fokreglement voor het ras Rottweiler beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Rottweiler zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de rasvereniging voor de Rottweiler. Dit rasspecifiek fokreglement is goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Rottweiler Club op 20 november 2009.
1.2. Inhoudelijke aanpassingen van dit rasspecifiek fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de Nederlandse Rottweiler Club.
1.3. Dit Rasspecifiek Fokreglement geldt voor alle gecertificeerde fokkers van de rasverenging voor de Rottweiler en voor alle overige fokkers die lid zijn van deze rasvereniging.
1.4. De definities en regelgeving zoals deze zijn vastgesteld in het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland zijn ook van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement.
1.5. Voor de gecertificeerde rasverenigingen is hoofdstuk “Certificering Rasverenigingen en Rashondenfokkers” van het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement.
2. FOKREGELS
2.1. Verwantschap:
Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als: ouder-kind of als (half)broer-(half)zuster.
2.2. Herhaalcombinaties:
De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is slechts 2 maal toegestaan.
2.3. Minimum leeftijd reu:
De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 24 maanden (2 jaar) zijn
2.4. Aantal dekkingen:
Een reu mag maximaal 5 nesten bij Nederlandse teven per kalenderjaar voortbrengen met een totaal van maximum 25 nesten gedurende zijn leven
2.5. Cryptorchide en monorchide:
Cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
2.6. Gebruik buitenlandse dekreuen:
Wanneer een Nederlandse gecertificeerde fokker voor een dekking een dekreu gebruikt die in het stamboek van een buitenlands door de F.C.I. erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de eisen die voor dekreuen in dat betreffende land gelden. Daarnaast moet deze reu ook voldoen aan de gezondheidsregels gesteld in hoofdstuk 4. De controle of de dekreu aan de eisen van dit fokreglement voldoet is een verantwoordelijkheid van de fokker.
2.7 Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen):
Kunstmatige inseminatie is slechts toegestaan na verkregen toestemming op basis van een gemotiveerd verzoek. Dit verzoek dient minimaal één maand vóór de voorgenomen dekking bij het bureau van de Raad te worden ingediend.
2.8. Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen):
Kunstmatige inseminatie is slechts toegestaan na verkregen toestemming op basis van een gemotiveerd verzoek. Dit verzoek dient minimaal één maand vóór de voorgenomen dekking bij het bureau van de Raad te worden ingediend.
2.9. Geboorte:
De geboorte dient een natuurlijk verloop te hebben. Indien de geboorte van het nest voor de tweede maal operatief, door middel van een keizersnede (sectio caesarea), heeft plaatsgevonden mag de teef niet verder meer voor de fokkerij worden gebruikt.
Puppen geboren, levend of dood, uit een voldragen dracht zijn gelijk aan een nest
2.10. Dek- & Geboorteaangifte:
De eigenaar van de reu vult de dekverklaring op foktoelatingskaart in en geeft deze voorzien van zijn handtekening aan de eigenaar van de teef, die de kaart van overige gegevens voorziet en vervolgens een kopie van deze kaart binnen 10 dagen na de geboorte van de pups stuurt aan het bestuurslid belast met Fokzaken van de N.R.C
2.11. Nestcontrole:
Fokkers van de NRC zijn verplicht het/de nest(en) te laten controleren door een door de NRC aangestelde nestcontroleur. Daartoe dienen zij een kopie van de geboorteaangifte, zoals verzonden naar de Raad, in te sturen. Deze moet binnen 10 dagen na geboorte binnen zijn bij de NRC Gelijktijdig dient het verschuldigde bedrag voor de verplichte nestcontrole te worden overgemaakt.
Het verschuldigde bedrag voor de verplichte nestcontrole wordt (jaarlijks) op de ALV vastgesteld en gepubliceerd in het clubblad en op de website van de NRC
2.12. Fokuitsluitende kenmerken en bepalingen:
a. Kreupele honden, waarbij door een dierenarts geregistreerd bij het KNMvD, met zekerheid is vastgesteld dat de afwijking Heupdysplasie, Elleboogdysplasie, Legg Perthes dan wel Patella Luxatie aan de kreupelheid ten grondslag ligt;
b. Beiderzijds dove honden, vast te stellen m.b.v. een BAER-test;
c. Beiderzijds blinde honden, onafhankelijk van de oorzaak en vastgesteld door een dierenarts, lid van het landelijke oogonderzoekspannel;
d. Honden gehouden onder omstandigheden, waarbij de fokker niet voldoet aan de in Artikel 3.6
e. Honden waarvan één of beide ouders niet voldoen aan de criteria en bepalingen zoals die voor het betreffende ras zijn vastgelegd in dit reglement;
f. Honden die chirurgische en/of cosmetische correcties hebben ondergaan met het doel diskwalificerende fouten te herstellen.
2.13 Het aantal nesten van één fokker mag per jaar het maximum van 4 niet overschrijden
3. WELZIJNSREGELS
3.1. Minimum leeftijd teef:
De teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 24 maanden (2 jaar).
3.2. Maximum leeftijd teef:
De teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden (8 jaar) oud wordt.
3.3. Maximum leeftijd 1e dekking teef:
De teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet ouder zijn dan 60 maanden (5 jaar).
3.4. Periodiciteit nesten:
Een teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten hebben, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 maanden moet zijn. De periode van 24 maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de twee binnen deze periode geboren nesten heeft plaatsgevonden.
3.5. Aantal nesten:
Een teef mag gedurende haar leven in Nederland maximaal 4 nesten krijgen.
3.6. Minimale criteria waaronder moet worden gefokt:
Een fokker voldoet niet aan de bedoelde criteria indien één of meer van de navolgende situaties door of namens de Raad worden vastgesteld:
a. de conditie van de aanwezige honden is slecht;
b. er zijn onvoldoende mogelijkheden aanwezig om loopse teven te scheiden van de reuen;
c. de nestomgeving voldoet niet aan de minimale criteria dan wel er wordt een zodanige nestomgeving wordt aangegeven, dat hieraan niet kan en zal worden voldaan;
d. er zijn onvoldoende maatregelen genomen om zorg te dragen voor een goede socialisatie van de pups;
e. de moederhond heeft onvoldoende ruimte om zich in de kraamkamer te verplaatsen, haar behoefte buiten het nest te doen en heeft geen mogelijkheid tot een ligplaats buiten bereik van de pups.
4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1. Gezondheidsonderzoek ouderdieren:
Gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de F.C.I., conform de door de F.C.I., voor deze onderzoeken, opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.2. Herbeoordeling en/of heroverweging:
Als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de F.C.I. vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.
4.3 Gezondheidsonderzoek:
Beide ouderdieren dienen vóór de dekking te zijn onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie. De uitslag van dit onderzoek dient ten tijde van de dekking bekend te zijn. De uitslag van dit onderzoek wordt alleen erkend indien de desbetreffende hond ten tijde van het onderzoek tenminste 15 maanden oud is. Dit onderzoek dient te zijn verricht door een door de Raad daartoe aangewezen instantie of dierenarts of, voor in het buitenland geregistreerde honden, een door de F.C.I. erkende instantie of dierenarts. Er mag alleen gefokt worden met honden die beoordeeld zijn met de F.C.I. erkende beoordeling HD A of B.
Bij pups die geboren worden mogen alleen dieren op de stamboom voorkomen met de F.C.I. beoordeling HD A of HD B.
4.4 Honden geboren na 1 januari 2007 dienen voor de dekking op ED onderzocht te zijn. Honden die geopereerd zijn aan de ellebogen zijn/worden uitgesloten voor de fokkerij. Conform de reglementen van de Raad van Beheer worden honden met ED Graad 3 en hogere beoordeling uitgesloten van de fok.
4.5 Indien een hond al een correcte ED uitslag bezit en door een trauma toch aan een elleboog geopereerd moet worden, dan zal deze hond uiteraard niet van de fokkerij worden uitgesloten.
4.6 Epilepsie:
ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.
4.7 Correcties:
Honden die chirurgische en/of cosmetische correcties hebben ondergaan met het doel diskwalificerende fouten te herstellen mogen niet voor de fokkerij worden ingezet.
5 GEDRAGSREGELS
5.1 Karaktereisen:
beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven, of wanneer de rasstandaard geen (actuele) beschrijving van het karakter bevat, zoals redelijkerwijs van het betreffende ras mag worden verwacht. Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.
5.2 Verplichte test, te weten:
Beide ouderdieren moeten vóór de eerste dekking met goed gevolg één van de hierna genoemde door de NRC erkende test of door de Raad van Beheer erkend examen hebben afgelegd:
a. Rasstandaardtest (RST) van de NRC of
b. VZH examen.
Als een buitenlandse reu wordt gebruikt, gelden de regels zoals deze vastgesteld zijn in het land van oorsprong.
6 REGELS WERKTESTEN NVT
7 EXTERIEURREGELS Beide ouderdieren dienen in het algemeen, behoudens enkele onvolkomenheden die het ideale rasbeeld verstoren, aan de voor het betreffende ras geldende rasstandaard te voldoen.
7.1 Hiervoor dienen zij :- of op een door de Raad van Beheer en/of F.C.I. georganiseerde CAC-CACIB show bij een door de Rasvereniging erkende rasspecialist minimaal tweemaal de kwalificatie "Zeer Goed" (ZG) te hebben behaald waarvan tenminste eenmaal op een leeftijd van 20 maanden of ouder.
7.2 -of op een door de NRC georganiseerde keuring onderworpen aan een beoordeling te zijn geweest, waarna zij slechts nog èènmaal de kwalificatie “Zeer Goed”(ZG) moeten behalen zoals beschreven staat onder punt 7.1
7.3 Men kan bij een Kynologenclub aan een tentoonstelling deelnemen, indien de keuring verricht wordt door een door de Raad van Beheer goedgekeurde keurmeester.
8 REGELS AFGIFTE PUPS
8.1 de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort.
8.2 de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 7 weken.
8.3 Indien van toepassing zal de fokker de pups onderwerpen aan voor het ras relevante gezondheids- en/of gedragsonderzoeken en de toekomstige koper van de uitslag van dat onderzoek mededeling doen.
8.4 De verantwoordelijkheid voor het fokken en afleveren van pups ligt uitsluitend bij de fokker. De Rasvereniging aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele gebreken bij de pup, betrokken van een fokker. Ook als deze zich houdt aan het bepaalde in dit reglement.
8.5 De NRC kan slechts een koopcontract aanbevelen. Het is geen verplichting voor een fokker om deze te gebruiken.
8.6 Als een door de fokker verkochte hond herplaatst dient te worden, moet de fokker hierin bemiddelen.
9. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
9.1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur van de rasvereniging, uitsluitend in overleg met de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
9.2 Tegen beslissingen van de rasvereniging en/of de Raad van Beheer, waarbij een belanghebbende rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen staat bezwaar en beroep open bij de Commissie Certificering respectievelijk de Geschillencommissie voor de Kynologie, overeenkomstig het bepaalde in het reglement betreffende de Geschillencommissie voor de Kynologie
9.3 Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad van Beheer, in overleg met het bestuur van de rasvereniging, zorg voor aanvulling van dit Rasspecifiek Fokreglement.
9.4 Zowel door de Raad van Beheer als door de rasvereniging kan ten aanzien van dit reglement wijzigingen worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering van de rasvereniging of van een in de statuten en huishoudelijk reglement van de rasvereniging anders bepaald orgaan of anders bepaalde commissie en van de portefeuillehouder Certificering van het bestuur van de Raad van Beheer.
9.5 Dit reglement is niet van toepassing op de inschrijving van honden die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
9.6 Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.
Alle honden, welke op dit moment tot de fokkerij in Nederland zijn toegelaten, blijven ook toegelaten tot de fokkerij, mits wordt voldaan aan artikel 4 van dit Reglement
INWERKINGTREDING
Dit Rasspecifiek Fokreglement treedt in werking op het tijdstip zoals dit is bepaald in het convenant Certificering dat de rasverenging met de Raad van Beheer sluit en waar dit rasspecifiek fokreglement onderdeel van uitmaakt.
5 SANCTIEBEPALINGEN
Om voor een ieder duidelijkheid te scheppen hebben wij deze procedure ingevoerd die voor alle leden van toepassing is. Uiteraard gaan wij er van uit dat alle bij de NRC aangesloten fokkers het Rasspecifiek Fokreglement volgen en steunen. Wij hopen dan ook deze procedures niet ten uitvoering te hoeven brengen.
Categorie 1:
Overtredingen t.o.v. niet gevolg geven aan onderstaande reglementen:
- 2.10 Dek- & Geboorteaangifte
2.11 Nestcontrole
- 8 Regels afgifte pups
Procedure bij overtredingen:
- Eerste overtreding: Waarschuwing zonder vemelding in het clubblad of op de website
- Tweede overtreding: Berisping en of tijdelijk fokverbod met vermelding in het clubblad en website voor de duur van maximaal 1 jaar
- Derde overtreding: Schorsing met vermelding in het clubblad en op de website voor de duur van maximaal 2 jaar
- Vierde overtreding: Ontzetting, met vermelding in het clubblad en op de website
Categorie 2:
Overtredingen t.o.v. niet gevolg geven aan onderstaande reglementen:
- 2.1 Verwantschap
- 2.2 Herhaalcombinaties
- 2.3 Minimum leeftijd reu
- 2.4 Aantal dekkingen
- 2.5 Cryptorchide en monorchide
- 2.6 Gebruik buitenlandse dekreuen
- 2.7 Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen)
- 2.8 Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen)
- 2.9 Geboorte
- 2.12 Fokuitsluitende kenmerken en bepalingen
- 3.1 Minimum leeftijd teef
- 3.2 Maximum leeftijd teef
- 3.3 Maximum leeftijd 1e dekking teef
- 3.4 Periodiciteit nesten
- 3.5 Aantal nesten
- 3.6 Minimale criteria waaronder moet worden gefokt
- 5.1 Karakter eisen
- 5.2 Verplichte test
Categorie 3:
Overtredingen t.o.v. niet gevolg geven aan onderstaande reglementen:
- 4.1 Gezondheidsonderzoek van ouderdieren
- 4.3 Verplichte onderzoeken
- 4.4 Gezondheidsonderzoek HD
- 4.5 Gezondheidsonderzoek ED
- 4.6 Epilepsie
- 7 Exterieurregels
Procedure bij overtredingen:
- Eerste overtreding: Schorsing, met vermelding in het clubblad en op de website voor de duur van maximaal 2 jaar
- Tweede overtreding: Ontzetting, met vermelding in het clubblad en op de website
Opgelegde sancties en daaruit voortvloeiende sancties worden schriftelijk en indien mogelijk per email aan het betreffende lid meegedeeld. Tegen de opgelegde sancties kan het lid binnen twee weken bij het bestuur een bezwaarschrift indienen. Het bezwaar wordt met het betreffende lid besproken door een commissie bestaande uit minimaal twee afgevaardigden van het bestuur en één onafhankelijk lid. Het oordeel van de commissie dient unaniem te zijn. Daarna wordt het definitieve besluit van het bestuur aangetekend verzonden aan het betreffende lid. Het lid kan binnen vier weken beroep aantekenen tegen het besluit van het bestuur op de eerstvolgende algemene ledenvergadering. De tijd tussen het beroep en de eerstvolgende ledenvergadering dient minimaal drie weken te bedragen. De aanwezige leden nemen dan een definitief besluit. Als er binnen vier weken na dagtekening van de genomen beslissing geen beroep is aangetekend, wordt de opgelegde sanctie definitief. Schorsing en ontzetting worden gemeld aan de Raad van Beheer.
In alle niet bovengenoemde gevallen beslist het bestuur per geval in welke categorie de overtreding valt.
Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Rasvereniging
op 20 november 2009 .
Namens deze,
Naam: L.C.A.Quartel Voorzitter
Naam: H.J.Harmsma Secretaris
Top
|